ECLI:NL:CRVB:2011:BR4039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting over woonsituatie
Appellante ontving vanaf 5 maart 2008 bijstand als alleenstaande, maar het College stelde vast dat het onderzoek naar haar woonsituatie onzorgvuldig was verricht en wees haar op de inlichtingenverplichting volgens artikel 17 WWB Pro. Na nader onderzoek, waaronder huisbezoeken en verklaringen, concludeerde het College dat appellante onvoldoende duidelijkheid gaf over haar verblijfplaats.
Op 9 oktober 2008 trok het College de bijstand met ingang van die datum in. Het bezwaar van appellante tegen deze intrekking werd op 11 februari 2009 ongegrond verklaard omdat zij onvoldoende informatie had verstrekt over haar woonsituatie, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellante dat zij het College al bij de aanvraag had geïnformeerd en dat zij niet eerder dan eind september 2008 op de hoogte was van haar inlichtingenverplichting. De Raad verwierp deze stellingen omdat appellante dit niet aannemelijk maakte en geacht wordt op de hoogte te zijn van haar verplichtingen. De Raad concludeerde dat het College terecht de bijstand introk en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens wees de Raad het verzoek tot schadevergoeding en proceskosten af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens onvoldoende duidelijkheid over de woonsituatie wordt bevestigd.