ECLI:NL:CRVB:2011:BR4041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, appellant als alleenstaande, met verschillende inschrijvingen in gemeentelijke basisadministraties. Na een anonieme tip en onderzoek van de sociale recherche concludeerde het College dat appellanten vanaf zomer 2005 samenwoonden op het adres van appellante. Het College trok de bijstand van appellante in en vorderde de kosten terug, mede van appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij geen gezamenlijk hoofdverblijf hadden, dat het College onvoldoende onderzoek had gedaan en dat politiegegevens onrechtmatig waren verkregen. De Raad oordeelde dat het College voldoende onderzoek had verricht en dat de verklaring van appellante, ondersteund door buurtbewoners, zwaarwegend was. Het feit dat appellant bijstand ontving in een andere gemeente en een afwijkende verklaring gaf, weerhield de Raad niet van de conclusie dat sprake was van gezamenlijke huishouding.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd wegens gezamenlijke huishouding zonder melding.