ECLI:NL:CRVB:2011:BR4100
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toekenning voorlopige voorziening bij geschil over gezamenlijke huishouding in bijstandsuitkering
Verzoekster betwist het standpunt van het College dat zij een gezamenlijke huishouding voert met een medebewoner, wat gevolgen heeft voor haar recht op bijstand. Het College had haar aanvraag om bijstand afgewezen op grond van het onweerlegbaar rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding. Verzoekster heeft een spoedeisend belang bij voorlopige voorziening omdat zij geen inkomen heeft en vreest dat haar WSNP hierdoor wordt beëindigd, terwijl zij ook dringend woonruimte nodig heeft.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het College onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de feitelijke woon- en leefsituatie van verzoekster, vooral omdat het eerdere onderzoek betrekking had op de medebewoner en niet op verzoekster zelf. De voorzieningenrechter stelt dat het College de beslissing niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft genomen en dat het aan het College is om nader onderzoek te verrichten.
Gezien het spoedeisende belang van verzoekster en de waarschijnlijkheid dat de aangevallen uitspraak geen stand zal houden, wordt de voorlopige voorziening toegewezen. Het College wordt verplicht voorschotten toe te kennen van 90% van de norm voor een alleenstaande vanaf 22 juni 2011 totdat in de hoofdzaak is beslist. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het College wordt verplicht voorschotten bijstand toe te kennen tot de hoofdzaak is beslist.