ECLI:NL:CRVB:2011:BU4687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bijstand toegekend aan alleenstaande wegens onvoldoende onderzoek gezamenlijke huishouding
Appellante had bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en voerde aan geen gezamenlijke huishouding te voeren met [C.]. Het College baseerde haar besluit op een eerdere periode en stelde wederzijdse zorg vast, maar heeft onvoldoende onderzoek verricht naar de actuele leefsituatie van appellante.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College tekort is geschoten in zijn onderzoeksplicht, omdat de feitelijke grondslag voor het vaststellen van wederzijdse zorg betrekking had op een andere periode en niet aan appellante was medegedeeld. Hierdoor was het besluit op bezwaar onvoldoende zorgvuldig voorbereid en strijdig met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Het College zag geen mogelijkheden om het onderzoek alsnog te verrichten, waardoor de Raad zelf in de zaak voorziet. De Raad kent appellante bijstand toe naar de norm voor een alleenstaande vanaf 1 november 2010, onder aftrek van haar inkomsten. Tevens worden het besluit op bezwaar en het eerdere besluit vernietigd en herroepen.
Het College wordt veroordeeld in de proceskosten en de kosten van de bezwaarprocedure, inclusief vergoeding van het betaalde griffierecht. Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit en biedt een definitieve beslechting van het geschil.
Uitkomst: Appellante krijgt bijstand toegekend als alleenstaande vanaf 1 november 2010 wegens onvoldoende onderzoek door het College.