ECLI:NL:CRVB:2011:BR4171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen vermogen in onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen bijstand over meerdere perioden tussen 1999 en 2007. Na een onderzoek door de sociale recherche en het Internationaal Bureau Fraudeinformatie werd vastgesteld dat zij onroerend goed in Turkije bezaten met een waarde boven de vermogensgrens, zonder dit te melden aan het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
Het College trok de bijstand over de betreffende perioden in en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug, waarbij appellanten hoofdelijk aansprakelijk werden gesteld. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond en wees hun verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep betoogden appellanten dat zij niet redelijkerwijs over het onroerend goed konden beschikken en verzochten om schadevergoeding. De Raad overwoog dat het geregistreerde eigendom in Turkije de veronderstelling wekt dat zij wel over het vermogen konden beschikken. Appellanten slaagden er niet in dit te weerleggen met objectieve en verifieerbare gegevens, ook niet met stukken over hypotheken, beslagen en dwangbevelen.
De Raad bevestigde de intrekking en terugvordering en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering worden bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.