ECLI:NL:CRVB:2011:BR5210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
De zaak betreft een hoger beroep van een werkgever tegen de beslissing van het UWV om een loonsanctie van 52 weken te handhaven wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van een zieke werknemer.
Het UWV had de loonsanctie opgelegd omdat de werkgever niet voldeed aan haar re-integratieverplichtingen, ondanks herhaalde verzoeken tot herstel. De werkgever startte een tweede spoortraject, maar dit duurde slechts een half jaar en leidde niet tot een bevredigend resultaat. De arbeidsdeskundige concludeerde dat het traject voortijdig werd beëindigd terwijl re-integratie bij een andere werkgever medisch mogelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond en wees het verzoek tot schadevergoeding af. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat de werkgever haar tekortkomingen niet heeft hersteld. De loonsanctie blijft daarom gehandhaafd en er is geen aanleiding voor schadevergoeding.
De Raad benadrukt dat in geval van beperkingen door een bedrijfsongeval een zwaardere re-integratieplicht op de werkgever rust. Het korte tweede spoortraject is onvoldoende om de tekortkoming te herstellen. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2011.
Uitkomst: De loonsanctie wordt gehandhaafd omdat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht.