ECLI:NL:CRVB:2011:BR5556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- A.J. Schaap
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder sinds december 2003. Het College vermoedde dat zij samenwoonde met appellant en startte een onderzoek, waarbij waarnemingen en getuigenverklaringen werden verzameld. Uit het onderzoek bleek dat appellanten hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en zorg voor elkaar droegen.
Het College trok de bijstand met ingang van 2 december 2003 in en vorderde de kosten van bijstand terug, mede van appellant. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. Appellanten stelden in hoger beroep dat er geen gezamenlijke huishouding was en dat het onderzoek onzorgvuldig was.
De Raad oordeelde dat het onderzoek voldoende grondslag bood voor het standpunt van het College. De waarnemingen van de auto van appellant nabij de woning van appellante en verklaringen van buurtbewoners ondersteunden het gezamenlijke hoofdverblijf. Ook was sprake van wederzijdse zorg, zoals gezamenlijke vakanties en financiële bijdragen.
Omdat appellante haar inlichtingenplicht schond door het niet melden van de gezamenlijke huishouding, had zij geen recht op bijstand als alleenstaande ouder. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen. Appellanten bestreden de terugvordering niet. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht.