ECLI:NL:CRVB:2011:BR5604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten naturalisatie wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant verzocht het College van burgemeester en wethouders van Maastricht om bijzondere bijstand voor de legeskosten van naturalisatie. Het College wees dit verzoek af omdat appellant al beschikte over een geldig verblijfsdocument waarmee hij zich kon legitimeren, waardoor geen noodzaak tot naturalisatie bestond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. De Raad oordeelde dat bijzondere bijstand alleen kan worden toegekend voor noodzakelijke kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Legeskosten voor naturalisatie worden gezien als algemeen noodzakelijke kosten die in principe uit de bijstandsnorm betaald moeten worden, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
De Raad vond geen bijzondere omstandigheden in dit geval, mede omdat de noodzaak tot naturalisatie niet was aangetoond en appellant zich kon legitimeren met het verblijfsdocument. Ook werd het tijdstip van de aanvraag niet als belemmering gezien. De aanvraag werd daarom terecht afgewezen en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor naturalisatiekosten is terecht afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.