ECLI:NL:CRVB:2011:BR5628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichtingskosten en waarborgsom wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante, die sinds 2002 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt en sinds 2009 een woning huurt, vroeg bijzondere bijstand aan voor woninginrichtingskosten en een waarborgsom. Het College wees deze aanvraag af omdat de kosten vóór de aanvraag waren gemaakt en verhuizingen voorzienbaar zijn, waarvoor gereserveerd moet worden.
Appellante voerde aan dat zij vanwege een urgentieverklaring, schulden en psychische/sociale beperkingen recht had op bijzondere bijstand. Zij overlegde verklaringen van een huisarts, maatschappelijk werker en re-integratiebureau ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat de urgentieverklaring geen plotselinge verhuizing rechtvaardigt, aangezien de verhuizing voorzienbaar was vanaf de aanvraagdatum. Psychische beperkingen en schulden vormen geen bijzondere omstandigheden die bijstand rechtvaardigen. De stelling dat de woonsituatie schadelijk was voor haar kind werd niet onderbouwd.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor woninginrichtingskosten en waarborgsom wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.