ECLI:NL:CRVB:2011:BR6143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen weigering WIA-uitkering na eerdere onherroepelijke uitspraak
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank had eerder het bezwaar van appellant gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar overwegingen. De medische beoordeling en het maatmanloon waren daarbij onherroepelijk vastgesteld.
Het UWV heeft vervolgens een nieuw besluit genomen op basis van een rapport van een bezwaararbeidsdeskundige, waarbij de eerder gebruikte functie binnen de SBC-code wikkelaar/samensteller elektronische apparatuur werd vervangen door twee nieuwe functies binnen dezelfde SBC-code. De arbeidskundige grondslag is hiermee aangepast en gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de medische beoordeling en het maatmanloon niet ter discussie staan, omdat daarover reeds onherroepelijk is beslist. De Raad vindt dat het UWV op juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan de eerdere uitspraak door de arbeidskundige beoordeling aan te passen en voldoende te motiveren dat de nieuwe functies passend zijn binnen de belastbaarheid van appellant.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Een verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.