ECLI:NL:CRVB:2011:BR6287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 14 oktober 2007 in te trekken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het UWV baseerde dit op medische beperkingen vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en concludeerde dat appellante geschikt was voor re-integratiewerkzaamheden en andere geselecteerde functies.
Appellante voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen, waaronder chronische ontstekings- en gewrichtsklachten, vermoeidheid en hartproblemen, onderschat waren. Zij overhandigde aanvullende medische stukken ter onderbouwing en verzocht tevens om schadevergoeding.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij dossieronderzoek, eigen onderzoek en medische informatie van behandelaars waren betrokken. De medische beperkingen waren adequaat vastgesteld en ondersteund door rapporten van specialisten. Er was geen aanleiding om het standpunt van het UWV te verwerpen.
Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De Raad zag geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 augustus 2011.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.