ECLI:NL:CRVB:2011:BR6449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bruto te veel betaalde WW-uitkering conform UWV-beleid
Appellant ontving ten onrechte een te hoge WW-uitkering over de periode van 2 februari 2009 tot en met 18 juni 2009. Het UWV vorderde het bruto bedrag van € 3.749,13 terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering en stelde dat de fout bij het UWV lag, waardoor terugvordering onredelijk zou zijn.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht tot herziening en terugvordering was overgegaan. In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat terugvordering van het bruto bedrag plaatsvindt indien het belastingjaar waarin de uitkering werd ontvangen is afgesloten en appellant het netto bedrag niet binnen dat jaar heeft terugbetaald.
Omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor terugbetaling van alleen het netto bedrag binnen het belastingjaar, handelde het UWV conform het geldende beleid. De situatie van appellant was niet bijzonder genoeg om van het beleid af te wijken. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het bruto te veel betaalde WW-bedrag door het UWV.