ECLI:NL:RBNHO:2020:5617
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging brutering terugvordering WAO-uitkering over 2018
De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van eiseres tegen het UWV inzake de terugvordering van een te veel betaalde WAO-uitkering over de periode van september 2016 tot april 2018. Het UWV had bruto teruggevorderd, terwijl eiseres stelde dat zij het netto bedrag direct had willen terugbetalen en dit ook had aangegeven.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de besluiten van november 2018 en januari 2019 als één samenhangend geheel moest beoordelen. Uit het bewijs bleek dat eiseres haar werkhervatting niet expliciet had gemeld, maar wel bereid was het netto bedrag terug te betalen. De brutering over de periode 2018 was echter onterecht toegepast.
Daarom vernietigde de rechtbank het deel van het besluit dat de brutering over 2018 handhaafde, herroept de besluiten van 12 november 2018 en 7 januari 2019 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover de brutering over 2018 is gehandhaafd en herroept de besluiten van november 2018 en januari 2019.