ECLI:NL:CRVB:2011:BR7001
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet voldoen aan oproep
Appellant ontving sinds 2003 bijstand en werd in 2008 opgeroepen om te verschijnen bij de Dienst Werk en Inkomen (DWI) vanwege twijfels over zijn woon- en leefsituatie. Na meerdere huisbezoeken en het deponeren van een oproepbrief in zijn brievenbus, verscheen appellant niet op de afgesproken data. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloot daarop de bijstand op te schorten en later definitief in te trekken.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de oproepen niet had ontvangen en stelde dat het aan de DWI was om bewijs te leveren van de verzending. De Raad stelde vast dat het deponeren van een besluit in de brievenbus gelijkstaat aan een niet-aangetekende verzending en dat het bewijs van de handhavingsspecialist voldoende was om te concluderen dat de oproep rechtsgeldig was bekendgemaakt.
Hoewel appellant problemen met de postbezorging aanvoerde, oordeelde de Raad dat hij nalatig was geweest in het treffen van adequate maatregelen om deze problemen te voorkomen. De gevolgen hiervan komen volledig voor zijn rekening. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.