Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
HAA 20/4833 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
1.Ontstaan en loop van het geding
31 december 2012 een naheffingsaanslag loonheffingen (hierna: naheffingsaanslag LH 2012) opgelegd van € 8.987. Daarbij is een bedrag aan belastingrente in rekening gebracht van
31 december 2013 een naheffingsaanslag LH 2013 opgelegd van € 10.972. Daarbij is een bedrag aan belastingrente in rekening gebracht van € 2.166.
2.Feiten
[B] en [C] . De aandelen van eiseres werden in die jaren gehouden door de vader van [C] (de zoon), [D] (de vader).
ad € 52,50 per maand per werknemer aannemelijk. Hoewel het onderzoek te laat heeft plaatsgevonden ga ik uit coulance akkoord met het met terugwerkende kracht toepassen van deze kostenvergoeding”.
[E] van de Belastingdienst/Centrale administratieve processen. In deze verzendrapporten met bijlagen is het proces van aanmaken van deze naheffingsaanslagen tot en met het aanbieden van de stukken aan de postleverancier beschreven en daarin is vermeld dat de contractuele afspraak luidt dat PostNL stukken binnen 48 uren na aanbieding bezorgt. Er staat dat de naheffingsaanslag 2012 op 15 december 2017 ter postverzending is aangeboden aan PostNL en de naheffingsaanslag 2013 op 11 december 2018.
3.Geschil in hoger beroep
4.Overwegingen van de rechtbank
5.Beoordeling van het geschil
[Z] . Belanghebbende heeft de naheffingsaanslag 2012 pas op 2 januari 2018 per gewone post heeft ontvangen. De naheffingsaanslag is daarna in het ongerede geraakt. Wat betreft de naheffingsaanslag 2013 stelt belanghebbende dat deze onjuist geadresseerd was, dat zij deze (helemaal) niet heeft ontvangen en van het bestaan daarvan pas kennis nam na de ontvangst van een aanmaning, met dagtekening 17 januari 2019, die wel correct op het toezendadres was geadresseerd.
[Z] , maar ook voor de adressen [adres 2] en [adres 3] te [Z] geldt dat ervan kan worden uitgegaan dat door toezending van de naheffingsaanslagen naar een van deze adressen de besluiten belanghebbende hebben bereikt. Voorts brengt de vermelding ‘verplicht adres’ in BVR niet mee dat niet naar een ander adres juist kan worden verzonden.
aangezien ervan moet worden uitgegaan dat door die handeling het besluit de belanghebbende bereikt, op overeenkomstige wijze als bij niet-
Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende dit vermoeden niet ontzenuwd. Onvoldoende is de inbreng door belanghebbende van (internet)publicaties uit 2018 waarin gemeld wordt dat PostNL post met vertraging bezorgt of ‘kwijtraakt’. Ook hetgeen belanghebbende overigens heeft aangevoerd is onvoldoende om de ontvangst van de Naheffïngsaanslag vóór 31 december 2016 te betwijfelen.
19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, is overwogen:
HR 21 maart 2014, nr. 12/04057, ECLI:NL:HR:2014:540, BNB 2014/117).”
20 maart 2015 (ECLI:NL:HR:2015:660). In dit arrest werd geoordeeld dat de omstandigheid dat de proceskostenvergoeding uitsluitend wordt toegekend vanwege de immateriële schadevergoeding aanleiding is om een wegingsfactor voor het gewicht van de zaak te hanteren van 0,5 (licht).
6.Kosten
7.Beslissing
- verklaart de onbevoegdheid van de rechtbank voor gedekt; en
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
W.M.C. Schipper, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van
mr. I.A. Kranenburg als griffier. De beslissing is op 6 december 2022 in het openbaar uitgesproken.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.