ECLI:NL:CRVB:2011:BT6134
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding na curatele
Appellante was onder curatele gesteld en haar curator vroeg namens haar een vergoeding van verhuiskosten aan, welke door het College werd afgewezen. Het besluit werd aan de curator toegezonden, die geen bezwaar maakte binnen de wettelijke termijn. Nadat de curatele was opgeheven, diende appellante zelf een bezwaar in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelde dat het besluit rechtsgeldig aan de curator was bekendgemaakt en dat het niet-handelen van de curator aan appellante moet worden toegerekend. Appellante kon zelf pas na opheffing van de curatele bezwaar maken, maar dit maakte de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze beoordeling. De Raad verwierp het betoog dat na opheffing van de curatele een nieuwe termijn voor bezwaar was aangevangen en oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij binnen de termijn geen bezwaar kon indienen. Er was geen sprake van een uitzonderlijk geval dat een langere termijn zou rechtvaardigen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.