ECLI:NL:CRVB:2011:BT6547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- B.M. van Dun
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewet-uitkering op grond van maatstaf arbeid postbezorger
Appellante was het niet eens met de intrekking van haar Ziektewet-uitkering per 14 september 2007 door het UWV. De Raad had eerder geoordeeld dat onvoldoende was gemotiveerd waarom de laatst verrichte arbeid als maatstaf arbeid werd genomen. Na nader onderzoek door een bezwaararbeidsdeskundige werd de functie van postbezorger als maatstaf arbeid vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat zij met haar beperkingen de werkzaamheden als postbezorger kon verrichten. Appellante voerde in hoger beroep aan dat deze functie ten onrechte als maatstaf arbeid was genomen, omdat zij deze slechts kortstondig had verricht en ongeschikt was voor de functie. Zij stelde dat de functie van telefoniste/receptioniste als maatstaf arbeid had moeten gelden.
De Raad bevestigde het vaste jurisprudentie dat de laatst verrichte arbeid in beginsel als maatstaf geldt, tenzij ongeschiktheid is aangetoond. Uit de rapportages bleek dat appellante de postbezorgersfunctie kon vervullen, mede doordat zij geen zware pakketten hoefde te tillen en binnen bepaalde grenzen zelf haar rustmomenten kon bepalen. De Raad zag geen reden om de aangevallen uitspraak te vernietigen en bevestigde de intrekking van de uitkering.
Uitkomst: De intrekking van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt is voor de functie van postbezorger als maatstaf arbeid.