ECLI:NL:CRVB:2011:BT6966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum toekenning Wajong-uitkering bij late aanvraag
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin de toekenning van zijn Wajong-uitkering werd vastgesteld met ingang van 19 oktober 2006, omdat de aanvraag pas op 19 oktober 2007 werd ontvangen.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 29, tweede lid, Wajong. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak na beoordeling van de feiten en jurisprudentie.
De Raad stelt dat een bijzonder geval zich voordoet wanneer appellant redelijkerwijs niet in verzuim kan worden gesteld vanwege omstandigheden zoals het niet tijdig kunnen indienen van de aanvraag of het ontkennen van ziekte, wat hier niet is gebleken.
Appellant had meerdere malen contact met instanties en was op de hoogte van de aanvraagmogelijkheden, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij buiten staat was eerder een aanvraag te doen. Ook de stelling dat het UWV hem niet op de juiste wijze heeft geïnformeerd, leidt niet tot een ander oordeel.
Daarom wordt bevestigd dat de uitkering niet met terugwerkende kracht kan worden toegekend en blijft de ingangsdatum gehandhaafd op maximaal een jaar voor de aanvraagdatum.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Wajong-uitkering niet eerder dan een jaar voor de aanvraagdatum kan ingaan, omdat geen sprake is van een bijzonder geval.