ECLI:NL:CRVB:2011:BT7624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting zonder kwijtschelding
Appellante is door de kantonrechter in 1992 veroordeeld tot terugbetaling van bijstandskosten wegens het verstrekken van onjuiste inlichtingen. In 2008 verzocht zij om kwijtschelding van de resterende schuld, maar dit verzoek werd door het Dagelijks Bestuur van de Sociale Dienst Walcheren afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelt appellante dat zij inmiddels vijf jaar heeft afgelost en ernstig ziek is. De Raad overweegt dat de wet (artikelen 58 en 59 WWB) een discretionaire bevoegdheid geeft tot terugvordering en kwijtschelding. Het beleid van het Dagelijks Bestuur stelt dat kwijtschelding mogelijk is na vijf jaar volledige betaling, tenzij sprake is van verwijtbaar gedrag, tenzij er dringende redenen zijn zoals levensbedreigende omstandigheden.
De Raad oordeelt dat de terugvordering berust op verwijtbaar gedrag vanwege het schenden van de inlichtingenplicht. Het door appellante overgelegde medische verslag toont geen acute levensbedreigende situatie aan. Ook is geen andere dringende reden gesteld die kwijtschelding rechtvaardigt. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het beroep af.
De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank Middelburg wordt daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering en wijst het verzoek om kwijtschelding af wegens verwijtbaar gedrag zonder dringende reden.