ECLI:NL:CRVB:2011:BT7626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens onrechtmatige verstrekking zonder schending inlichtingenplicht
Appellante ontving sinds 2004 bijstand op grond van de WWB. Het Dagelijks Bestuur trok de bijstand per 11 juni 2008 in, omdat zij meende dat appellante onvoldoende informatie had verstrekt over ontvangen gelden en giften van familie, waardoor niet kon worden vastgesteld of zij recht had op bijstand.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellante beschikte over middelen om in haar bestaan te voorzien en de inlichtingenplicht zou zijn geschonden. Appellante ging in hoger beroep tegen dit oordeel.
De Raad stelt vast dat appellante vanaf mei 2007 bijdragen van familie ontving die als middelen in de zin van de WWB gelden. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij schulden met terugbetalingsverplichting had. Verder is onvoldoende bewezen dat zij de inlichtingenplicht heeft geschonden, aangezien zij de ontvangen gelden en leningen aan familie heeft gemeld.
De Raad oordeelt dat het Dagelijks Bestuur niet bevoegd was de bijstand in te trekken op grond van schending van de inlichtingenplicht, maar wel op grond van onrechtmatige verstrekking omdat appellante ten onrechte bijstand ontving. De intrekking is daarom terecht en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 11 juni 2008 wordt bevestigd op grond van onrechtmatige verstrekking, zonder schending van de inlichtingenplicht.