ECLI:NL:CRVB:2011:BT8253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens ontbreken hoofdverblijf op uitkeringsadres
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en gaf op dat zij woonde op een adres waar zij een kamer huurde van haar dochter. Na een melding dat zij niet op dat adres woonde, stelde de Sociale Recherche een onderzoek in. Dit onderzoek, inclusief getuigenverklaringen van huurders en buurtbewoners, wees uit dat appellante niet haar hoofdverblijf had op het opgegeven adres gedurende de in geding zijnde perioden.
Het College besloot daarom de bijstand over meerdere perioden in te trekken en de kosten terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege ziekte en ziekenhuisbehandelingen niet altijd aanwezig was, maar wel haar hoofdverblijf had op het adres.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen en verklaringen voldoende grondslag boden voor het standpunt van het College. De medische afwezigheid was onvoldoende om het hoofdverblijf op het adres aan te nemen. Appellante weigerde tijdens het verhoor nadere antwoorden te geven. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering omdat appellante niet haar hoofdverblijf had op het opgegeven uitkeringsadres.