ECLI:NL:CRVB:2011:BT8452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens verschoonbare termijnoverschrijding bezwaar Ziektewet
Appellante had zich wegens rug- en vermoeidheidsklachten met terugwerkende kracht ziek gemeld vanaf 1 februari 2008. Het UWV verklaarde haar op 10 december 2008 geschikt voor arbeid en ontnam haar het recht op een Ziektewet-uitkering vanaf die datum. Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar deed dit niet binnen de wettelijke termijn van twee weken.
Het UWV stuurde vervolgens een brief van 15 september 2009 waarin werd bevestigd dat appellante geen recht had op de uitkering, waarop zij opnieuw bezwaar maakte. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond, stellende dat het oorspronkelijke besluit van 10 december 2008 rechtens onaantastbaar was geworden.
In hoger beroep stelde appellante dat de brief van 15 september 2009 wel een zelfstandig besluit was, omdat daarin een inhoudelijke heroverweging had plaatsgevonden. De Raad oordeelde dat het formulier van 10 december 2008 wel degelijk een besluit was en dat de brief van 15 september 2009 geen nieuw rechtsgevolg had. Echter, de Raad achtte de termijnoverschrijding van appellante verschoonbaar omdat het UWV haar met de tweede brief op het verkeerde been had gezet door een nieuwe bezwaarclausule te vermelden.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het UWV op het oorspronkelijke besluit alsnog inhoudelijk te heroverwegen en een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet het oorspronkelijke besluit inhoudelijk heroverwegen.