ECLI:NL:CRVB:2011:BU1947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorbereidingskrediet wegens niet-rechthebbende status volgens Bbz 2004
Appellant, gehuwd en zonder eigen inkomen, vroeg op 16 februari 2008 een voorbereidingskrediet aan op grond van artikel 29 van Pro het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het College van burgemeester en wethouders van Maastricht wees dit verzoek af omdat appellant niet behoort tot de kring van rechthebbenden zoals bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Bbz 2004, omdat hij geen algemene bijstand ontvangt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat het Bbz 2004 alleen bijstand verleent aan personen die algemene bijstand ontvangen en zich voorbereiden op zelfstandige arbeid. Appellant viel hier niet onder.
Appellant voerde schending aan van artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en artikel 8 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De Raad verwierp deze beroepen, stellende dat appellant niet vergelijkbaar is met personen die algemene bijstand ontvangen, en dat de weigering van het krediet niet leidt tot een onaanvaardbare beperking van zijn privé- en gezinsleven. Tevens werd het beroep op het Europees Sociaal Handvest afgewezen.
De Raad concludeerde dat de afwijzing van het voorbereidingskrediet rechtmatig is en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het voorbereidingskrediet omdat appellant geen algemene bijstand ontvangt en daardoor niet tot de rechthebbenden van het Bbz 2004 behoort.