ECLI:NL:CRVB:2011:BU2037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij ontheffing arbeidsverplichtingen WWB
Appellant, ontvanger van bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), kreeg ontheffing van arbeidsverplichtingen voor de periode 1 november 2009 tot 1 november 2010. Na bezwaar handhaafde het College dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een procesbelang, omdat de ontheffingsperiode was verstreken zonder nadelige gevolgen voor appellant.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel degelijk nadelige gevolgen had ondervonden en verzocht om vergoeding van schade. De Raad overwoog dat het louter indienen van een niet onderbouwd verzoek om schadevergoeding onvoldoende is om aannemelijk te maken dat daadwerkelijk schade is geleden door het besluit.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 oktober 2011.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel procesbelang, en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.