ECLI:NL:CRVB:2017:2137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar en beroep over functiewaardering en rangtoekenning militair op burgerfunctie
Appellant, een militair geplaatst op een burgerfunctie, betwistte de waardering van zijn functie en de daaraan verbonden militaire rang. Na eerdere procedures en vernietigingen van besluiten, nam de minister een nieuw besluit waarin de functie werd gewaardeerd in schaal 14, maar zonder bevordering in militaire rang.
De Raad oordeelde dat de functie van appellant een burgerfunctie is en dat het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) geen ruimte biedt voor bevordering in militaire rang bij plaatsing op een burgerfunctie. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de minister voldoende beleidsvrijheid heeft bij de indeling van functies.
Verder werd het verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat reeds een passend bedrag was betaald en geen nieuwe overschrijding werd vastgesteld. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot vergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over functiewaardering en rangtoekenning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.