ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging toeslag Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering bij woonplaats in andere EU-lidstaat
Appellanten, die in Nederland hebben gewerkt en nu in een andere EU-lidstaat wonen, ontvingen een toeslag op hun WAO-uitkering. Het UWV heeft deze toeslag geleidelijk afgebouwd en beëindigd op grond van artikel 44b van de Toeslagenwet (TW). Appellanten maakten bezwaar en voerden onder meer aan dat de afbouw in strijd was met het vrij verkeer van werknemers, het discriminatieverbod en het eigendomsrecht.
De Raad overweegt dat de TW een bijzondere, niet op premie of bijdrage berustende prestatie is, opgenomen in bijlage II bis van Verordening 1408/71, waardoor de toeslag niet langer exporteerbaar is binnen de EU. De woonplaatsvoorwaarde in artikel 4a TW is objectief gerechtvaardigd en vormt een proportionele inbreuk op het vrij verkeer. Het beroep op artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro faalt omdat er geen sprake is van vergelijkbare gevallen.
Verder is de afbouwregeling proportioneel en voldoet deze aan het eigendomsrecht onder artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Er is geen ongerechtvaardigde ontneming van eigendom, mede omdat compensatie via de afbouwregeling wordt geboden. Ook het beroep op het recht op gezinsleven en de Universele Verklaring van de rechten van de mens wordt verworpen. De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank die de beroepen ongegrond verklaarden.
Uitkomst: De afbouw en beëindiging van de toeslag op grond van de Toeslagenwet is rechtmatig en wordt bevestigd.