ECLI:NL:CRVB:2011:BU3189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat afbouw toeslag WAO-uitkering bij wonen in Turkije in strijd is met EU-associatierecht
Betrokkene, een Turkse onderdaan die arbeidsongeschikt werd in Nederland en vervolgens naar Turkije terugkeerde, ontving een toeslag op zijn WAO-uitkering. De Wet beperking export uitkeringen (Wet BEU) bepaalde een geleidelijke afbouw van deze toeslag vanaf 2000. Betrokkene stelde beroep in tegen deze afbouw, waarop de Raad oordeelde dat deze in strijd was met internationale en Europese regelgeving.
Na prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie en een nieuw besluit van het Uwv, werd in hoger beroep vastgesteld dat artikel 6, eerste lid, van Besluit 3/80 rechtstreekse werking heeft en dat de toeslag niet mag worden afgebouwd vanwege het wonen in Turkije. Het Uwv stelde dat vanaf 2008 een gelijke behandeling met EU-onderdanen moest gelden, maar het Hof oordeelde dat de situatie van Turkse onderdanen niet gelijkgesteld kan worden aan die van EU-onderdanen vanwege verschillen in verblijfsrecht.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de toeslag niet mag worden afgebouwd en verklaarde het hoger beroep van betrokkene niet-ontvankelijk omdat het beoogde resultaat al was bereikt. Het hoger beroep van het Uwv werd gegrond verklaard en het nadere besluit op bezwaar vernietigd. De toeslag dient onverminderd te worden betaald zolang aan de voorwaarden wordt voldaan.
Uitkomst: De afbouw van de toeslag wegens wonen in Turkije is onrechtmatig en de toeslag dient onverminderd te worden betaald.