ECLI:NL:CRVB:2011:BU3216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als facilitair medewerker en daarnaast in een deeltijdfunctie, viel uit wegens allergieklachten. Het UWV stelde vast dat zijn arbeidsongeschiktheid per 24 november 2008 minder dan 35% bedroeg en weigerde een WIA-uitkering. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn medische beperkingen werden onderschat, mede vanwege psychische klachten en behandeling door een psychiater.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was en dat de functies die appellant kon verrichten passend waren. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten. De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, onder meer door dossieronderzoek, spreekuuronderzoek en overleg met specialisten. De medische beperkingen waren juist vastgesteld, en de recente psychiatrische behandeling en acceptatie voor de Ziektewet waren niet relevant voor de situatie op het beslismoment.
De Raad vond ook dat de functies van machinebediende en samensteller passend waren binnen de belastbaarheid van appellant, zoals toegelicht in de arbeidskundige rapportage. Het opleidingsniveau was correct vastgesteld op niveau 2, gebaseerd op werkervaring en taalvaardigheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.