ECLI:NL:CRVB:2011:BU3443

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-647 WIA-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond verklaard wegens ontbreken adres en gronden in hoger beroepschrift WIA-uitkering

Appellante heeft tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch hoger beroep ingesteld, maar het hoger beroepschrift voldeed niet aan de eisen van artikel 6:5, eerste lid, Awb, omdat het geen adres van de indiener en geen gronden bevatte. Ondanks een oproep van de Raad om deze verzuimen te herstellen, heeft appellante niet gereageerd.

Appellante voerde aan dat zij geen vaste woon- en verblijfplaats had en dat dit de verzuimen zou verontschuldigen. De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheid niet tot verschoonbaarheid leidt, omdat uit niets blijkt dat appellante niet in staat was om tijdig een nieuw correspondentieadres en de gronden van haar hoger beroep aan de Raad te doen toekomen.

Het onderzoek ter zitting vond plaats zonder aanwezigheid van appellante, terwijl het UWV zich liet vertegenwoordigen. Gelet op het ontbreken van verontschuldigingen voor de verzuimen, verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond en wees zij een veroordeling in de proceskosten af.

De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 november 2011 en bevestigt het belang van volledige en tijdige indiening van beroepschriften met alle vereiste gegevens.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van adres en gronden in het hoger beroepschrift en het niet verschoonbaar zijn van de verzuimen.

Uitspraak

11/647 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 22 december 2010, 10/2416 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 2 november 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van
22 juni 2011 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 22 juni 2011 heeft appellante verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2011. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.L. Turnhout.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 22 juni 2011 berust op de overweging dat het hoger beroepschrift niet voldoet aan de in artikel 6:5, eerste lid, van de Awb opgenomen verplichtingen dat het beroepschrift het adres van de indiener en de gronden bevat. Van redenen die een verontschuldiging vormen voor de verzuimen is niet gebleken.
In het verzetschrift heeft appellante aangevoerd dat zij geen vaste woon- en verblijfplaats heeft. Volgens haar heeft zij telefonisch en op 21 januari 2011 ook schriftelijk gereageerd.
Het hoger beroepschrift van 21 januari 2011 noemt geen adres van appellante en vermeldt evenmin de gronden van het hoger beroep. Appellante heeft in dat hoger beroepschrift wel vermeld zo spoedig mogelijk een nieuw correspondentieadres te zullen opgeven. Zij heeft vervolgens telefonisch noch schriftelijk een nieuw adres bekend gemaakt. In de gemeentelijke basisadministratie is zij geregistreerd als geëmigreerd. Op de uitnodiging van de Raad, op
12 mei 2011 verzonden aan het laatst door appellante aan de rechtbank opgegeven (correspondentie)adres, om de genoemde verzuimen te herstellen heeft appellante niet gereageerd.
De omstandigheid dat appellante geen vaste woon- en verblijfplaats zou hebben leidt niet tot het oordeel dat de verzuimen verschoonbaar zijn. Uit niets blijkt dat appellante niet in staat is geweest een nieuw correspondentieadres en de gronden van haar hoger beroep voor de afloop van de in de brief van 12 mei 2011 gestelde termijn van vier weken aan de Raad te doen toekomen.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en H.G. Rottier en B.M. van Dun als leden, in tegenwoordigheid van L. van Eijndthoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 november 2011.
(get.) G.A.J. van den Hurk.
(get.) L. van Eijndthoven.
CVG