ECLI:NL:CRVB:2011:BU3868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking Ziektewetuitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor arbeid
Appellante had een WAO-uitkering die in november 2005 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na zwangerschapsverlof meldde zij zich ziek en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend. Het UWV liet een expertise uitvoeren door psychiater De Mooij, die concludeerde dat appellante met beperkingen geschikt was voor bepaalde functies. Op basis hiervan werd haar ZW-uitkering per 27 augustus 2008 ingetrokken.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar belastbaarheid onjuist was vastgesteld en dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom zij geschikt was voor de functie. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV wegens onvoldoende motivering en gaf het UWV opdracht opnieuw te beslissen. Het UWV handhaafde het besluit, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Raad onderzocht de zaak en concludeerde dat het UWV de beperkingen van appellante adequaat had vastgesteld en dat zij geschikt was voor een passende functie, mede op basis van een nadere toelichting van De Mooij. Hoewel het UWV niet volledig aan de opdracht van de rechtbank had voldaan, was er voldoende onderbouwing om de intrekking van de ZW-uitkering te handhaven. De Raad vernietigde het besluit van 19 oktober 2009, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De intrekking van de Ziektewetuitkering wordt gehandhaafd omdat appellante geschikt is voor passende arbeid ondanks beperkingen.