ECLI:NL:CRVB:2011:BU5095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor WIA-functies
Appellant meldde zich ziek wegens psychische klachten en ontving aanvankelijk een WW-uitkering. Het UWV besloot per 10 maart 2009 de Ziektewetuitkering te weigeren omdat appellant geschikt werd geacht voor ten minste één van de functies die in het kader van de Wet WIA waren vastgesteld.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn psychische en lichamelijke beperkingen, mede door medicatie met slaperigheid als bijwerking, onderschat waren. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren dat de belastbaarheid van appellant sinds de WIA-beoordeling was afgenomen.
De Raad nam de medische rapportages en getuigenverklaringen in overweging en concludeerde dat de beperkingen van appellant niet zodanig waren dat hij ongeschikt was voor de geduide functies. Een verslechtering na 11 maart 2009 kon niet worden meegewogen. De Raad zag geen reden voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige en wees het hoger beroep af.
De uitspraak bevestigt daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank Utrecht, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt is voor ten minste één WIA-functie.