ECLI:NL:CRVB:2011:BU5098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling eigen bijdrage AWBZ ondanks korting AOW-pensioen
Appellante, geboren in 1926 en jarenlang in Suriname gewoond, kreeg een korting van 72% op haar AOW-pensioen vanwege haar verblijf buiten Nederland. CAK stelde haar eigen bijdrage AWBZ vast voor verschillende periodes in 2008, waarbij de bijdrage varieerde van €138,60 tot €555,72 per maand. Appellante maakte bezwaar tegen deze vaststelling, stellende dat geen rekening was gehouden met haar lage AOW-pensioen en dat dit in strijd zou zijn met internationale verdragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante deels gegrond en vernietigde het besluit over de periode 18 augustus tot 17 november 2008, maar oordeelde dat het Bijdragebesluit en de Bijdrageregeling imperatief en limitatief zijn en geen ruimte bieden voor matiging van de eigen bijdrage. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af. De Raad benadrukt dat de regeling geen hardheidsclausule bevat en dat het beroep op internationale verdragen niet is onderbouwd en grotendeels niet verbindend is.
Verder is ter zitting meegedeeld dat voor de jaren 2009 en 2010 een verlegging van de peiljaren zal plaatsvinden, waarbij de bezwaren van appellante ruim worden gelezen. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de eigen bijdrage AWBZ ondanks de korting op het AOW-pensioen van appellante.