ECLI:NL:CRVB:2015:4720
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot volledige AOW-pensioen na korting wegens verblijf in Suriname
Appellante, geboren in 1926 en tot 1980 woonachtig in Suriname, kreeg in 1991 een AOW-pensioen toegekend van 46% van het maximale bedrag vanwege haar verblijf in Suriname. Zij verzocht in 2006 en opnieuw in 2012 om terug te komen op dit besluit en volledige AOW toe te kennen, wat beide keren werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die herziening rechtvaardigen.
Appellante voerde aan dat haar financiële situatie verslechterde en dat er sprake was van discriminatie wegens haar geboorteplaats en het ontbreken van een regeling voor Nederlanders in Suriname na de onafhankelijkheid. De Raad overwoog dat deze omstandigheden geen nieuwe feiten vormen die herziening rechtvaardigen en dat de korting op het pensioen niet in strijd is met nationale of internationale verdragen.
De Raad benadrukte dat bij verzoeken om terug te komen op besluiten een splitsing moet worden gemaakt tussen de periode voor en na het verzoek en dat voor de periode na het verzoek een belangenafweging plaatsvindt. De Raad vond dat de Sociale Verzekeringsbank een zorgvuldige en evenwichtige belangenafweging heeft gemaakt en dat het oorspronkelijke besluit terecht in stand blijft. Het beroep op discriminatie en internationale verdragen werd verworpen, evenals het beroep op het Statuut en de Grondwet. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek van appellante tot volledige AOW-toekenning wordt afgewezen en de korting op haar pensioen blijft gehandhaafd.