ECLI:NL:CRVB:2011:BU5575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande, maar na onderzoek van de sociale recherche bleek dat zij en appellant vanaf eind 2006 een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden. Het College trok de bijstand in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad baseert zich op verklaringen van appellanten tegenover de sociale recherche, observaties van het woonverbruik en getuigenverklaringen. Appellanten voerden aan dat de verklaringen onder druk waren afgelegd en dat zij niet samenwoonden, maar deze stellingen werden verworpen wegens gebrek aan bewijs en de consistentie van de verklaringen met andere onderzoeksbevindingen.
Ook het beroep op het Salduz-arrest faalde omdat de zaak geen strafrechtelijke procedure betreft en artikel 6 EVRM Pro derhalve niet van toepassing is. De Raad ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en bevestigt de eerdere uitspraken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding.