ECLI:NL:CRVB:2011:BU6157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen na val
Appellante, voormalig kok, kreeg na een auto-ongeval in 1997 een volledige WAO-uitkering toegekend, die in 2004 werd ingetrokken na medisch onderzoek. Na een val van een trap in december 2006 vorderde zij hernieuwde toekenning van de WAO-uitkering wegens vermeende toegenomen beperkingen. Het UWV stelde echter vast dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen sinds 30 december 2006, wat werd bevestigd door meerdere medische rapporten, waaronder die van verzekeringsartsen Reddingius en Carere.
De rechtbank Arnhem wees het beroep van appellante af en oordeelde dat bij het ontbreken van toegenomen beperkingen een arbeidskundige beoordeling achterwege kan blijven. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en overhandigde aanvullend medisch bewijs, maar de Raad concludeerde dat het oordeel van de rechtbank juist was. De Raad benadrukte dat de medische bevindingen geen aanwijzingen gaven voor ernstige lichamelijke of psychische beperkingen die een toename zouden rechtvaardigen.
De Raad wees ook op de verklaring van een chirurg waarin werd gesteld dat het letsel na de val gering was en appellante haar normale bezigheden binnen een week kon hervatten. Gezien het ontbreken van toegenomen beperkingen werd het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en bleef het besluit van het UWV in stand. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen na de val.