ECLI:NL:CRVB:2014:3171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toename arbeidsongeschiktheid bij WIA-uitkering afgewezen
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zijn mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt per 6 december 2010, gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 4 maart 2011. Na herbeoordeling door verzekeringsartsen en de rechtbank werd het bezwaar ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelt appellant dat zijn beperkingen sinds de FML zijn toegenomen, onder meer door psychische, cardiologische en schouderklachten. De Raad oordeelt echter dat deze klachten reeds bekend waren ten tijde van de eerdere beoordeling en dat geen verergering is aangetoond. Rapporten van behandelend specialisten ondersteunen geen toename van beperkingen per 26 januari 2011.
De Raad benadrukt dat artikel 55 van Pro de Wet WIA alleen ziet op toename van medische beperkingen die ten grondslag liggen aan de eerder toegekende uitkering. Omdat appellant geen toename van deze beperkingen heeft aangetoond, hoeft de arbeidskundige component niet te worden beoordeeld.
Het verzoek tot uitstel van de zitting werd afgewezen wegens te late indiening. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.