ECLI:NL:CRVB:2011:BU7207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voorschot WW-uitkering na ontslag op staande voet wegens mishandeling
Appellant was sinds augustus 2007 werkzaam als schoonmaker en werd op 19 maart 2009 op staande voet ontslagen wegens het slaan van zijn leidinggevende na een incident op het werk. Hij verzocht het UWV om een WW-voorschot, dat werd geweigerd. De kantonrechter ontbond later de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2009.
Het UWV verklaarde het bezwaar van appellant tegen de weigering ongegrond, waarna de rechtbank dit bevestigde. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV zijn onderzoeksplicht niet had nageleefd.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht een voorschot op nihil had gesteld, omdat op grond van beschikbare gegevens de verwachting bestond dat de WW-uitkering blijvend geweigerd zou worden. Het UWV had navraag gedaan bij de werkgever en het voorlopige karakter van het voorschot rechtvaardigde geen uitgebreid onderzoek. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het voorschot op de WW-uitkering.