ECLI:NL:CRVB:2011:BU7455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft op 10 december 2008 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid rond haar 21e levensjaar. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond omdat er onvoldoende objectieve medische gegevens waren die aantoonden dat zij gedurende 52 weken aaneengesloten arbeidsongeschikt was geweest.
In hoger beroep stelde appellante dat er wel voldoende objectiveerbare medische gegevens waren, onder meer ondersteund door informatie van een psycholoog. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de aanvraag beoordeeld moet worden aan de hand van de destijds geldende Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW). De Raad vond echter, net als de rechtbank, geen aanwijzingen dat appellante daadwerkelijk 52 weken arbeidsongeschikt was geweest.
Daarnaast weegt mee dat de aanvraag 32 jaar na het betreffende jaar werd ingediend, waardoor het nadeel van het ontbreken van medische gegevens voor rekening van appellante komt. De Raad zag daarom geen aanleiding een deskundige te benoemen en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende bewijs van 52 weken aaneengesloten arbeidsongeschiktheid.