ECLI:NL:CRVB:2011:BU9897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H.G. Rottier
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsbeperkingen
Appellant diende op 21 augustus 2008 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering vanwege diverse gezondheidsklachten en beperkingen. Het UWV wees de aanvraag op 6 januari 2009 af en handhaafde dit besluit bij bezwaar op 3 april 2009, gebaseerd op een rapport van de bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en vond geen reden om de medische bevindingen en conclusies van de verzekeringsartsen te betwijfelen. Appellant bracht in hoger beroep geen nieuwe medische informatie aan die het oordeel van de artsen zou kunnen ondermijnen.
De Raad overwoog dat de aanvraag beoordeeld moet worden op grond van de destijds geldende Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, die inhoudelijk vergelijkbaar is met de Wajong. De Raad vond de argumenten van appellant onvoldoende om het eerdere oordeel te wijzigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er waren geen gronden voor nader medisch onderzoek of toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.