ECLI:NL:CRVB:2012:BV0201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant verzocht om een uitkering op grond van de Wet WIA, welke door het UWV aanvankelijk werd geweigerd. Na bezwaar en hernieuwd onderzoek bleef het UWV bij haar standpunt dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank vernietigde de besluiten vanwege procedurele bezwaren maar handhaafde de inhoudelijke weigering.
In hoger beroep stelde appellant dat hij meer fysieke en cognitieve beperkingen ondervond dan het UWV aannam, en betwistte de vaststelling van het maatmaninkomen. Hij overlegde een rapport van een verzekeringsarts en een neuropsychologisch onderzoek.
De Raad oordeelde dat het UWV een zorgvuldige en volledige medische beoordeling had uitgevoerd, waarbij de cognitieve beperkingen uit het neuropsychologisch onderzoek niet konden worden herleid tot medisch-specialistische informatie in het dossier. Het onderzoek was bovendien onvolledig en de psycholoog gaf geen oordeel over beperkingen ten tijde van het geschil.
De Raad vond het maatmaninkomen terecht gebaseerd op de acht maanden voorafgaand aan het einde van de arbeidsovereenkomst. De Raad concludeerde dat de belastbaarheid van appellant niet werd overschreden en bevestigde het bestreden vonnis, waarmee de weigering van de WIA-uitkering stand hield.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.