ECLI:NL:CRVB:2012:BV1077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen werkzaamheden in hennepkwekerij
Appellant ontving sinds 2003 bijstand en werd in 2008 betrapt op het exploiteren van een hennepkwekerij in een bedrijfspand dat hij huurde. Na politieonderzoek en meerdere verhoren werd vastgesteld dat appellant vanaf september/oktober 2007 voorbereidingen had getroffen voor de kwekerij en deze had verzwegen tegenover het College.
Het College trok de bijstand over de periode 1 oktober 2007 tot 14 mei 2008 in en vorderde de te veel ontvangen bedragen terug. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het dossier onvolledig was, dat er geen redelijk vermoeden bestond voor de inval, en dat de periode van werkzaamheden onjuist was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het bewijs uit het strafrechtelijk onderzoek toelaatbaar was en dat appellant gehouden was aan zijn verklaringen die hij tijdens verhoren had afgelegd. Het enkele aankoopbewijs was onvoldoende om de periode van werkzaamheden te betwisten. De Raad bevestigde daarom de intrekking en terugvordering van de bijstand en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering worden bevestigd wegens verzwegen werkzaamheden in een hennepkwekerij.