ECLI:NL:CRVB:2012:BV1645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling WW-dagloon op basis van WAO-vervolgdagloon
Appellant ontving sinds september 2003 een WAO-uitkering en was van november 2005 tot februari 2009 in dienst bij een werkgever. Zijn WAO-uitkering werd aangepast aan een hogere mate van arbeidsongeschiktheid, met een dagloon van €94,06. Het Uwv kende hem per 2 maart 2009 een WW-uitkering toe met een dagloon van €51,29, later bijgesteld naar €52,41.
Appellant betoogde dat het WW-dagloon onjuist was vastgesteld en moest worden afgeleid van het loon bij zijn laatste werkgever om het welvaartsniveau beter te weerspiegelen. Het Uwv stelde dat het dagloon terecht was gebaseerd op het WAO-vervolgdagloon conform het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen.
De Raad oordeelde dat het Besluit voorkomt dat het dagloon hoger wordt vastgesteld dan het welvaartsniveau bij het intreden van het verzekerde risico. Het WAO-vervolgdagloon biedt een juiste inkomensbescherming. De rechtbank had dit al bevestigd en de Raad onderschreef dat de dagloonvaststelling door het Uwv juist was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het WW-dagloon terecht is vastgesteld op basis van het WAO-vervolgdagloon.