ECLI:NL:CRVB:2012:BV2894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde na onderzoek vast dat zij vanaf 27 november 2000 een gezamenlijke huishouding voerde met haar ex-echtgenoot, zonder dit te melden. Op basis van observaties, verklaringen van omwonenden en politiegegevens concludeerde het college dat appellante en haar ex-echtgenoot hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de gemaakte kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad vernietigde dit oordeel deels omdat het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. Het college herstelde dit gebrek, maar handhaafde het besluit inhoudelijk.
De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden en dat het college terecht gebruik maakte van zijn bevoegdheid tot intrekking en terugvordering. Verzoeken tot matiging van de terugvordering werden afgewezen. Het beroep tegen het intrekkingsbesluit werd gegrond verklaard voor het procedurele gebrek, maar inhoudelijk ongegrond. Het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt inhoudelijk ongegrond verklaard en het college mag de bijstand intrekken en de kosten terugvorderen wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht.