ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over niet-ontvankelijkheid bezwaar intrekking bijstandsuitkering
Appellante ontving sinds 2000 bijstand als alleenstaande ouder. Het College startte een onderzoek naar mogelijke fraude vanwege vermoedelijke samenwoning met haar ex-echtgenoot, wat leidde tot blokkering en intrekking van de bijstandsuitkering vanaf maart 2007. Het College stuurde het intrekkingsbesluit uitsluitend aan appellante, terwijl bekend was dat twee gemachtigden haar vertegenwoordigden.
Appellante maakte bezwaar tegen de besluiten, maar het College verklaarde het bezwaar tegen de intrekking niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep stelde appellante dat het besluit niet correct was bekendgemaakt omdat het niet aan haar gemachtigden was toegezonden.
De Raad oordeelde dat het College het besluit aan beide gemachtigden had moeten toezenden, waardoor de bezwaartermijn pas begon toen de gemachtigde het besluit ontving. Het bezwaar was daardoor tijdig ingediend. De niet-ontvankelijkverklaring was onterecht en het College moet een nieuw besluit op bezwaar nemen. De Raad kan zelf niet in de zaak voorzien omdat het College geen inhoudelijk oordeel gaf over de bezwaren.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de intrekking van de bijstand wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.