ECLI:NL:CRVB:2012:BV3128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering overname betalingsverplichting wegens onwil werkgever niet betalingsonmacht
Betrokkene was vanaf 1 juli 2005 in dienst bij een werkgever en staakte zijn werkzaamheden wegens ziekte vanaf 28 maart 2007. Vanaf september 2009 betaalde de werkgever geen loon meer aan betrokkene. Betrokkene verzocht het UWV om overname van de betalingsverplichting op grond van artikel 61 WW Pro. Het UWV weigerde dit, stellende dat er geen sprake was van betalingsonmacht maar van onwil van de werkgever.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van het UWV, stellende dat het UWV onvoldoende onderzoek had verricht. In hoger beroep bestreed het UWV dit oordeel en voerde aan dat de werkgever nog wel in staat was te betalen, maar weigerde dit uit onwil.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat uit het onderzoek bij de directeur van de werkgever bleek dat het bedrijf nog draaide, andere werknemers wel salaris ontvingen en dat de werkgever weigerde betrokkene te betalen. Ook bleek uit het faillissementsdossier dat tot 30 april 2010 salarissen volledig waren doorbetaald. De Raad concludeerde dat het UWV niet tekort was geschoten in zijn onderzoek en dat er geen sprake was van betalingsonmacht.
Daarmee werd het hoger beroep van het UWV gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Een veroordeling tot schadevergoeding werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van overname betalingsverplichting gehandhaafd.