ECLI:NL:CRVB:2012:BV3135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van 80-100% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond. In hoger beroep betwist appellant de geschiktheid voor de aan hem toegewezen functies, ondanks onbetwiste medische beperkingen vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant met inachtneming van zijn beperkingen geschikt is voor de functies die ten grondslag liggen aan de herziening. De Raad heeft geen aanwijzingen gevonden dat deze functies ongeschikt zijn voor appellant. De argumenten van appellant in hoger beroep zijn in essentie een herhaling van eerdere standpunten zonder nieuwe feiten of inzichten.
Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 februari 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.