ECLI:NL:CRVB:2012:BV6373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning bijzondere bijstand voor opleidingskosten pedicure
Appellante, die sinds 1999 bijstand ontvangt, volgde een opleiding tot pedicure waarvoor het college toestemming en vergoeding van opleidingskosten had toegezegd. Zij kocht een pedicuremotor voor €2.796,50, terwijl de opleidingsgids een vanafprijs van €700 vermeldde. Het college weigerde de volledige vergoeding en kende uiteindelijk €1.400 toe, wat de rechtbank bevestigde.
In hoger beroep stelde appellante dat zij mocht verwachten dat de volledige kosten zouden worden vergoed en dat een lagere vergoeding onvoldoende was voor een geschikte motor, met name voor de nattechniek. De Raad oordeelde dat alleen noodzakelijke opleidingskosten voor vergoeding in aanmerking komen en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de toegekende vergoeding onvoldoende was voor een adequate motor.
Verder stelde appellante dat ook kosten voor de feitelijke beroepsuitoefening vergoed moesten worden, maar de Raad wees dit af omdat de subsidie alleen opleidingskosten dekt. Ook was er geen sprake van strijd met zorgvuldigheid of rechtszekerheid door het college. De Raad bevestigde daarom het besluit tot vergoeding van €1.400 en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De toekenning van bijzondere bijstand tot een bedrag van €1.400 voor de pedicuremotor wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.