ECLI:NL:CRVB:2012:BV6483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsbeperkingen
Appellant, laatstelijk werkzaam als schoonmaker, viel uit wegens knie- en rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Een verzekeringsarts stelde beperkingen vast, vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Op basis hiervan selecteerde een arbeidsdeskundige passende functies en berekende dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het UWV weigerde daarom de uitkering.
In bezwaar en beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met eerdere bedrijfsartsrapporten en de WSW-indicatie. De Raad overwoog dat het UWV geen onzorgvuldig onderzoek had verricht en dat de FML een juiste weergave gaf van de beperkingen. De bezwaararbeidsdeskundige motiveerde overtuigend dat de belastbaarheid niet werd overschreden door de voorgehouden functies.
De Raad concludeerde dat appellant op de datum in geschil in staat was de functies te vervullen, ook gelet op de mogelijkheid tot regelmatig vertreden tijdens het werk. De eerdere medische rapporten van bedrijfsarts en psycholoog betroffen re-integratieadvies en zijn niet doorslaggevend voor de WIA-beoordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.