ECLI:NL:CRVB:2012:BV6615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging termijn Ziektewet wegens beheersbare aandoening werknemer
Werknemer, die tot juli 2001 als spuiter bij appellante werkte, meldde zich in augustus 2001 arbeidsongeschikt vanwege de ziekte van Crohn. Na een wachttijd en beoordeling werd hij niet arbeidsongeschikt geacht volgens de WIA. In 2004 trad hij opnieuw in dienst bij appellante. In 2009 verzocht appellante het UWV om verlenging van de vijfjaarstermijn van artikel 29b Ziektewet. Het UWV wees dit verzoek af, wat werd bevestigd in bezwaar en door de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het criterium van artikel 20 Re Proïntegratiebesluit vereist dat de ziekte of het risico op ernstige gezondheidsklachten nog bestaat vóór het einde van de termijn. Uit medische rapportages bleek dat de aandoening van de werknemer, mede dankzij medicatie, beheersbaar was en geen aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsschade bestond.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze beoordeling. De bezwaarverzekeringsarts stelde dat het klinische beloop relatief rustig was en geen ernstig invaliderend toekomstscenario te verwachten was. Ook werd benadrukt dat het biologische beloop van de ziekte leidend is voor de beoordeling, niet de opsomming in de Nota van Toelichting. De Raad zag geen reden tot proceskostenveroordeling en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de termijn van vijf jaar op grond van artikel 29b Ziektewet wordt afgewezen omdat de aandoening van de werknemer beheersbaar is zonder aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsschade.