ECLI:NL:CRVB:2012:BY5934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging termijn Ziektewet wegens onvoldoende verhoogd risico ernstige gezondheidsklachten
Werknemer viel sinds 1999 uit wegens fysieke klachten en kreeg een WAO-uitkering. In 2001 trad hij in dienst bij appellante, die een verzoek indiende bij het UWV om de vijfjaarstermijn van de Ziektewet te verlengen op grond van artikel 29b ZW.
Het UWV wees dit verzoek af omdat niet werd voldaan aan de voorwaarde dat er sprake moet zijn van een aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten binnen de termijn van vijf jaar. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat de werknemer geen ziekte met sterk invaliderend verloop of verkorte levensverwachting heeft.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de gezondheidsklachten ernstig progressief zijn en dat het UWV onvoldoende ondersteuning bood. De Raad oordeelde dat, gelet op medische rapportages, met name van bezwaarverzekeringsarts Van Paridon, de klachten weliswaar progressief zijn maar niet ernstig genoeg om te spreken van een aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de vijfjaarstermijn van de Ziektewet is afgewezen wegens onvoldoende verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten.